
Stap 1: meestal gaan we uit van een bestaand simulatiemodel in SOBEK dat goed gekalibreerd is voor zowel zomer- als wintersituaties. In onze studies voor Rijnland en Delfland was dit het geval.
|
|

Stap 2: we breiden het model uit met een waterkwaliteitsschematisatie. Cruciaal hier is de juiste verdeling van water door het systeem. Daarom voeren we altijd een fractiesom uit. Die geeft inzicht in hoe het water op een zeker plaats is opgebouwd uit water met verschillende herkomst.
|

Stap 3: de fractieberekening geeft ook inzicht in het invloedsgebied dat water met een bepaalde herkomst heeft. De bovenstaande figuur laat de fractie van het water zien die afkomstig is van schut- en lekverliezen uit de Nieuwe Waterweg.
|
|

Stap 4: om nu ook met stoffen te kunnen rekenen, is informatie nodig over de vrachten die bij verschillende bodemsoorten en typen landgebruik het gebied binnenkomen. Deze vrachten vragen we op bij de landelijke emissieregistratie.
|

Stap 5: we gebruiken onze Emissietool voor SOBEK om de stofvrachten van de landelijke emissieregistratie te vertalen naar stofconcentraties in het oppervlaktewater. De Emissietool laat stofvrachten als het ware 'meeliften op de hydrologische fluxen uit het SOBEK-model.
|
|

Stap 6: het waterkwaliteitsmodel wordt gevoed met de resultaten van de Emissietool en uitgebreid met processen zoals algenbloei, afbraak
van stikstof en nalevering van fosfor uit de bodem. De resultaten worden
gekalibreerd aan gemeten stofconcentraties.
|

Stap 7: dankzij de emissie-analyse kunnen we een uitstekend overzicht produceren van de veroorzakers van te hoge stofconcentraties en welke maatregelen het meest effectief zijn om ze te reduceren.
|
|
|